Secretariaat: Jol 30-27 8243 HA LELYSTAD, telefoon: 0320-221397, IBAN: NL55INGB0006154844, KvK Lelystad nr: 39075552

Piraterij niet alleen mannenwerk

Het eeuwenoude verschijnsel van de piraterij hoort nog steeds bij de huidige internationale zeescheepvaart. Piraterij betekent het roven van goederen of het ontvoeren van mensen in verband met losgeldvordering of slavenhandel. De oorsprong van de piraterij valt samen met het begin van de scheepvaart. Met het opkomen van de overzeese handelsvaart en het bijbehorende waardetransport breidde piraterij zich snel uit.

Bij het begrip piraterij denken we aan stoere kerels met woeste baarden, houten benen en ooglapjes; het idee dat vrouwen ook zeerovers kunnen zijn, komt niet bij ons op. Een misvatting, want als we ons verdiepen in de geschiedenis van de piraterij leren we dat de meest gevreesde en wreedste zeerovers vrouwen waren. Op deze bladzijde zullen wij kennis maken met een aantal van deze dames.

 

Anne Bonny (County Cork, Ierland, 8 maart 1700 - rond 25 april 1782) was een bastaardkind van een prominente rechter, William Cormac, en van de dienstmeid van het gezin, Peg Brennan. Cormac vluchtte vanwege het schandaal met de moeder en het kind naar Charleston (South Carolina). Hoewel hij in de koloniŽn een welvarende handelaar werd, waren hij en Brennan niet zulke goede ouders. Anne werd een opvliegende en koppige jonge vrouw.

Anne trouwde uiteindelijk met de weinig succesvolle James Bonny. Het huwelijk ging slecht en Bonny had moeite met het onderhouden van zijn vrouw. Hij nam haar mee naar het toevluchtsoord New Providence (Bahama's) en werd informant voor de nieuwe gouverneur Woodes Rogers waardoor zijn vrouw nog meer aan de kant werd gezet. Nadat ze zo goed als uit het beeld van James Bonny was, liet ze merken dat ze wel een oogje had op Jack Rackham alias Calico Jack. Rackham wilde laten zien dat hij dat wel goedkeurde door haar veel geschenken te geven. Hij deed James een bod om Anne te kopen maar die wees dit af. Hierna sloop het paar op een handelaarsschip met een handvol van Rackhams oude vrienden en ze namen het schip over.

Anne werd geaccepteerd als vrouwelijk bemanningslid, en Anne en Jack kregen een liefdesrelatie. Na een aantal succesvolle overvalstochten werd de bemanning van een ander schip overgenomen; een goede scheepsmaat kwam erbij. De scheepsmaat bleek van uitzonderlijke kwaliteiten betreffende het zwaardvechten en schieten, en Anne kwam nader tot de scheepsmaat, die een vrouw bleek te zijn. Mary Read had zich sinds de overname van de bemanning, (en al lange tijd daarvoor) voorgedaan als man, maar haar geheim werd ontdekt door Anne. Deze hield het echter geheim voor de bemanning en Jack, met wie ze later onofficieel getrouwd was (een kapitein kon op een schip een huwelijk sluiten). Jack had argwaan over de naar elkander toegroeiende relatie van Anne en Mary, nog in de veronderstelling dat Mary een man was, maar toen Anne hier op aan werd gesproken door haar man werd Mary's ware identiteit bekend. Ook zij werd geaccepteerd door de bemanning.

Het drietal maakte de zeven zeeŽn enige tijd onveilig, tot er 's nachts een overval kwam met een sloep. Anne en Mary vochten samen met ťťn man tegen de mariniers. De andere mannelijke piraten lagen dronken in slaap.

Het drietal werd gevangengenomen en stond op de wachtlijst voor de galg, tezamen met de bemanning. Anne en Mary werden echter vrijgelaten wegens zwangerschap. Bij Anne was de vader vrijwel zeker Jack, maar bij Mary onbekend (er gaan speculaties rond dat Jack ook haar bezwangerd heeft). De dag voor de terechtstelling heeft Anne haar man Jack opgezocht en hem het volgende gezegd:

"Als je gevochten had als een man, had je nu niet gehangen als een hond!"

Anne zou met haar kinderen rond de 80 jaar zijn geworden en nooit meer op zee zijn geweest na haar arrestatie.

Er doen echter ook verhalen de ronde dat Anne in de gevangenis door ziekte overleden is.

logoterughomelogo

 

Mary Reed (c.1690-1721) alias Mark Read, was een Engelse pirate. Zij en Anne Bonny zijn twee van de meest beruchte piraten aller tijden; zij zijn de enige twee vrouwen waarvan bekend is dat ze werden veroordeeld voor piraterij gedurende de vroege 18de eeuw, op het hoogtepunt van de gouden eeuw van de piraterij.

Mary Read zou in Plymouth, Devon, Engeland in de late 17e eeuw geboren zijn.
Mary werd door haar moeder als jongen opgevoed om de erfenis op te kunnen strijken van haar vader, waar ze alleen aanspraak op maakte als ze een jongen kreeg. Haar nieuwe man, die kapitein was en vaak op reis ging, was hiervan op de hoogte. Op haar 13e ging Mary varen als schippersknecht om de kost te verdienen. Na een aantal maanden had ze het wel gezien en schreef ze zich in bij de Britse marine. Nog steeds verkleed als man ging ze de strijd aan met de Fransen in de Spaanse Successieoorlog. Na een aantal maanden werd ze verliefd op een Vlaamse collega, ze besloten na enige tijd beiden hun ontslag te nemen bij de marine.

De Drie Hoefijzers

Ze trouwden met elkaar, en Mary kon zich voor het eerst voordoen als vrouw. Ze besloten samen een herberg te beginnen, genaamd De Drie Hoefijzers. Volgens overleveringen was de herberg gevestigd in de buurt van Breda of het kasteel van Breda. Een aantal jaren later zou de man van Mary door een lastige klant zijn neergestoken. Hij overleed een aantal dagen later aan de bloedingen. Mary verkocht vervolgens de inboedel en meldde zich deze keer aan bij de Nederlandse marine, en vertrok richting de CaraÔben.

Begin als piraat en driehoeksverhouding

Begin 1718 kwam Mary aan in de Caribische Zee met een koopvaardijschip, opnieuw verkleed als man. Daar werden ze overvallen door een piratenschip onder leiding van Jack Rackham en zijn vriendin Anne Bonny. Mary werd opgenomen onder de bemanning van Rackham. Na enige tijd kwam Anne Bonney erachter dat Mary een vrouw was. Ze beloofde dit niet verder te vertellen en ze werden goede vriendinnen. De kapitein kreeg toch na enige tijd argwaan en het geheim werd hem door de dames verteld. Rackham zag er geen probleem in en er werd gefluisterd dat de drie een verhouding hadden. Later werd Mary ook verliefd op een medepiraat. Drie ŗ vier maanden heeft de zegetocht van Rackham mogen duren. Op een ochtend, eind oktober in 1720, werd het schip onder vuur genomen door kapitein Jonathan Barnet, een afgezant van gouverneur Woodes Rogers om piraterij de kop in te drukken. Die ochtend kon de bemanning geen weerstand bieden omdat ze nog dronken waren van de vorige avond, alleen Mary en Anne Bonny zouden zich verzet hebben tegen hun arrestatie.

Gevangenschap tot het einde

Het grootste gedeelte van de bemanning, waaronder Jack Racham werden berecht en opgehangen in La Vega. Mary en Anne kwamen allebei onder hun berechting uit omdat ze zwanger zouden zijn. Destijds mocht men geen zwangere vrouwen om het leven brengen. Men dacht echter dat de dames een toneelstukje opvoerden door zwangerschap te simuleren. Volgens nader onderzoek zouden de dames daadwerkelijk zwanger zijn geweest, alleen van wie is onduidelijk. Men denkt in het geval van Mary aan Jack Rackham, maar vooral aan de piraat op wie ze verliefd werd. Read zou aan een virus of aan de gevolgen van haar zwangerschap in haar cel zijn overleden begin 1721.

logoterughomelogo

 

Grace O'Malley (Iers-Gaelisch: Gráinne Ní Mháille) (Clare Island?, ca. 1530 - Rockfleet, 1603) was een vrouwelijke Ierse zeerover en dochter van de gevreesde piraat Owen O'Malley. Ze is een belangrijk figuur uit de geschiedenis van Ierland.

Ze werd omstreeks 1530 geboren. Mogelijk gebeurde dit op Clare Island aan de westkust van Ierland.

In 1546 trouwde ze met Donal O' Flaherty. Het stel kreeg drie kinderen. Na zijn dood hertrouwde ze met Richard Burke, ook wel Iron Dick genaamd.

Toen een aantal van haar kinderen gevangen werden genomen door de Engelsen zag Grace zich gedwongen om met Koningin Elizabeth I van Engeland te onderhandelen. Ze voer hiervoor naar Greenwich. Ze kwam met Koningin Elizabeth overeen dat ze in ruil voor de vrijlating van haar kinderen voortaan in naam van de Engelsen zou strijden.

Ze stierf rond 1603 in Rockfleet.

logoterughomelogo

 

Alvida (ook bekend als Alwilda, Alfhild, Alvild) was de dochter van Synardus, de koning van Gotland. Haar ouders hielden haar gevangen in haar kamer en plaatsten twee gifslangen voor haar deur om alle trouwlustige mannen behalve de dappersten bij haar weg te houden. De meest volhardende en dapperste van dezen was Prins Alf van Denemarken en, hoewel hij slaagde voor de test, Alvilda's ouders waren niet gelukkig met deze verbindtenis. Alvilda besliste dat ze niet klaar was om met een saaie prins te trouwen. Ze maakte gebruik van haar ouders' besluiteloosheid en vluchtte. Ze sloot zich aan bij een bemanning van als man verklede vrouwen, maar toen ze net hun carriàre begonnen waren als terroristen van de Baltische kust ontmoetten zij een groep piraten die kapitein hadden verloren. Die waren zo onder de indruk van haar vaardigheden dat ze eenstemmig besloten haar te kiezen als hun nieuwe leider. Met deze nieuwe versterking onder haar meedogenloze leiding werd deze formidabele vrouw zo een overlast voor de handelsvloot dat haar vroegere verloofde, Prins Alf, werd ingezet om de lastige piraten voor het gerecht te brengen.

Alvilda en haar bemanning sloegen terug zo hard ze konden, maar in de Golf van Finland werden ze tenslotte verslagen. Prince Alf en zijn mannen enterden het piratenschip, wat resulteerde in een gevecht van man tegen man (vrouw). Na hevige verliezen te hebben geleden bezweek Alvilda's bemanning en zelf werd ze overmeesterd. Met haar schoonheid verborgen onder een gezichtsbedekkende helm werd ze gevangen genomen en pas toen de helm werd verwijderd besefte Prins Alf wie de gesel van de zeeën was geweest. Alvilda op haar beurt was zo onder de indruk van de manier waarop Alf gestreden had, dat zij ter plaatse met hem trouwde. Ze deelde in zijn weelde en de troon als koningin van Denemarken en samen kregen ze een dochter die ze Gurith noemden. Of de kleine Gurith haar moeder opvolgde in haar maritieme activiteiten is niet bekend.

logoterughomelogo

 

Ching Shih (1775-1844) alias Cheng I Sao, was een belangrijke piraat onder de Qing dynastie in China, die de Chinese zee terroriseerde in de vroege 19de eeuw. Ze voerde het bevel over 300 jonken, bemand door 20.000 tot 40.000 piraten. Anderen schatten Cheng's vloot op 1.800 schepen met een bemanning van ongeveer 80.000 mannen, vrouwen en zelfs kinderen. Ze daagde de machtige naties van die tijd zoals de Britse, Portugese and the Qing dynastie uit. Onverslagen zou ze een van China's en Azië's sterkste piraten en de machtigste piraat uit de wereldgeschiedenis worden. Ze was bovendien een van de weinige piratenkapiteins die niet op zee sneuvelden, maar netjes met pensioen gingen.

Ze wordt beschreven in vele boeken, nouvellen, videogames en films.

Vroege jeugd

Ching Shih werd geboren in 1775 in de provincie Guangdong. Haar naam was SHiI Xiang Gu. Zij was een Cantonese prostituee in een klein bordeel in de stad Canton, maar ze werd buit gemaakt door piraten. In 1801 trouwde ze met Zheng Yi, een beruchte piraat. De naam waaronder ze bekend werd betekent simpelweg "Weduwe van Zheng".

Huwelijk met Zheng Yi

Zheng Yi behoorde tot een familie van succesvolle piraten wier criminele verleden terugvoert tot de mid-zeventiende eeuw. Na zijn huwelijk met Ching Shih, "die volledig deelnam in haar man's piraterij," gebruikte Zheng Yi militair gezag en zijn reputatie om een coalitie van concurrerende Cantonese piratenvloten te verenigen. Omstreeks 1804 was deze coalitie een formidabele strijdmacht en een van de sterkste piratenvloten in heel China. In deze tijd stonden ze bekend als de vloot van de Rode Vlag.

De klim naar het leiderschap

Op 16 November 1807, stierf Zheng Yi in Vietnam. Onmiddellijk begon Ching Shih zich een weg te manoeuvreren naar zijn leiderschap-positie. Ze begon persoonlijke relaties te cultiveren om haar positie te versterken, zodat rivalen haar positie erkenden. Om haar rivalen te stoppen voordat een open conflict begon, zocht ze steun bij de meest machtige leden van haar man's familie: zijn neef Cheng Pao-yang en de zoon van zijn neef Cheng Ch'i.

Toen ze eenmaal de leiding had genomen, begon Ching Shih de vloot te verenigen. Om dat doel te bereiken vaardigde ze een aantal wetten uit.

De Wetten
  1. Eenieder, die zijn eigen orders gaf (orders niet niet van Ching Shih afkomstig waren) of ongehoorzaam was aan de orders van zijn meerdere werd ter plaatse onthoofd.

  2. Niemand steelt uit de gemeenschapskas of plundert dorpelingen die de piraten bevoorraden.

  3. Alle buitgemaakte goederen moeten aan de groep worden gepresenteerd voor inspectie. De buit word geregistreerd door een purser en dan gedistribueerd door de leider van de vloot. Degene die de goederen had buitgemaakt ontving 20% en rest ging in het gemeenschappelijke fonds.

  4. Buitgemaakte geldbedragen moesten worden overhandigd aan de squadron leader, die slechts een klein deel teruggaf aan de buitmaker, zodat de rest kon worden gebruikt om onsuccesvolle schepen te bevoorraden. De straf voor de eerste keer buit achterhouden was kastijding met de karwats op de rug. Het achterhouden van grote hoeveelheden buit of herhaalde overtredingen werden bestraft met de dood.

Ching Shih's wet had speciale regels voor vrouwelijke gevangenen. Standaard praktijk was het vrijlaten van de vrouwen, maar de werkelijkheid was anders. Gewoonlijk namen de piraten de mooiste gevangenen tot hun concubine of vrouw. Als een piraat een vrouw nam, moest hij haar trouw blijven. De vrouwen die onattractief bevonden waren, werden vrij gelaten en de overigen konden worden vrijgekocht. Piraten die een vrouwelijke gevangene verkrachtten werden ter dood gebracht, maar als piraten seks hadden met een gevangene met wederzijds goedvinden, werd de piraat onthoofd en de vrouw waar hij mee was kreeg kanonskogels aan haar benen en werd overboord gezet.

Andere overtredingen van Ching Shih's wetten werden gestraft met geseling, kromsluiten of vierendelen. Deserteurs of lieden die zonder officiële toestemming afwezig waren geweest werden de oren afgehakt, waarna ze voor hun hele squadron te kijk werden gezet. Volgens Glasspoole zorgde de wet voor een strijdmacht die onverschrokken was in de aanval, desperaat in de verdediging en onverzettelijk, zelfs als de overmacht te groot was.

Cariëre

Onder haar opperbevel vestigde de vloot hegemonie over veel kustplaatsen, in somige gevallen werden zelfs heffingen en belastingen geheven op vestigingen. Volgens Robert Antony beroofde Ching Shih "steden, markten en dorpen van Macau tot Canton. In 1806 rapporteerde een Britse officier over het verschrikkelijke lot van degenen, die Ching Shih's piraten weerstonden; de piraten nagelden de voet van een vijand aan het dek vast en sloegen hem dan bewusteloos. In verslagen van die tijd van de Britse admiraliteit werd zij "The Terror of South China" genoemd.

In het boek "The History of Piracy" uit 1932 door Philip Gosse (kleinzoon van de naturalist Philip Henry Gosse) wordt beweerd dat Ching Shih was een opiumsmokkelaar.

De Chinese marine verloor drieenzestig schepen in de aanvallen. Zelfs de gehuurde marines van Portugal en Groot Brittannië konden Ching Shih niet verslaan. Nadat men de hoop had opgegeven haar te verslaan, in 1810, werd al de piraten amnestie aangeboden. Ching Shih en Chang Pao wilden voordeel halen uit de amnestie maar onderhandelingen tussen Chang Pao en de officiële regeringsvertegenwoordiger raakten in een impasse. Een heikel punt, naast het lot van de buit, was de eis van de regering dat de piraten voor hen moesten knielen. De overweging the knielen voor hun vroeger overwonnen vijanden was onacceptabel voor de piraten.

Ching Shih nam 17 geletterde vrouwen en kinderen en wandelde Zhang Bai Ling's kantoor in Canton binnen, ongewapend en begon onderhandelingen. Ze kreeg alles wat ze wilde, inclusief haar buit. De impasse werd opgelost door Zhang Bai Ling, die als getuige optrad bij het huwelijk van Chang Po en Ching Shih (officieel was Chang Pao nog steeds Ching Shih's zoon, waardoor toestemming van de regering nodig was). De twee moesten knielen om hem te bedanken. Dat werd geaccepteerd als deel van de Acte van Overgave.

Ze beëindigde haar cariere dat jaar met alles wat ze buitgemaakt had. Chang Pao kreeg een officiële positie in de regering. Na zijn plotselinge dood kwam Ching Shih terug in Canton met haar jonge zoon en opende een gokhuis.

Ze stierf in 1844, op 69-jarige leeftijd.

 

logoterughomelogo

 

Dorianne the Pirate

De amerikaanse Katy Thornberry heeft op haar site onder The Adventures of Dorianne the Pirate een lijst samengesteld van Historical Female Pirates, vrouwelijke zeerovers in de geschiedenis.

 

logoterughomelogo