Stan Hugill,
hier op een portret uit 1979 was de laatste zeeman, die echt als shantyman op de grote zeilschepen heeft gewerkt.

De belangrijkste onder­zoeker en verzamelaar van shanties was Stan Hugill (1906-1992). Hij was voorzover bekend de laatste shantyman die zelf als zodanig op de clippers werkzaam was. Hij verzamelde en publiceerde in zijn leven als zanger en matroos honderden liedjes. Hij schreef de bijbel voor shanty­zangers:

Shanties From The Seven Seas (1961).

Tot zijn dood zong Hugill de shanties op zijn onnavolgbare, authentieke wijze, op maritieme evenemen­ten over de hele wereld. Ook gaf hij lezingen over het leven aan boord en de wijze waarop de liederen werden gebruikt.
Zonder zijn onderzoek en inspanningen had de wereld van de mari­tieme muziek er heel anders uitgezien.


Secretariaat: Jol 30-27 8243 HA LELYSTAD, telefoon: 0320-221397, IBAN: NL55INGB0006154844, KvK Lelystad nr: 39075552

Wat is een shanty?

Een shanty is een zeemanswerklied uit de tijd van de zeilvaart. Het werd gezongen ter co÷rdinatie van gezamenlijk te verrichten, ritmisch verlopende, zware lichamelijke arbeid zoals de bediening van de tuigage, het hijsen van de zeilen, alsmede bij het zware trek-, duw- en tilwerk, zoals het anker halen, pompen en ballast of vracht laden en lossen aan boord van de grote zeilschepen, die in het verleden de wereldzeeën bevoeren. De Shanty werd afwisselend gezongen door de voorzanger (Shantyman), die de teksten vaak zelf en ter plekke bedacht en de bemanning.

De Shantyman was in de regel een goede en wat meer geletterde zanger, die een voorkeurspositie genoot boven de rest van de matrozen. Bovendien was hij natuurlijk zeer bevaren. Hij kon uiterst populair worden aan boord als hij erin slaagde bekende teksten aan te passen aan de actuele situatie aan boord of aan de aard en de nukken van de schipper. Hoe geestiger of brutaler, hoe meer het door zijn companen werd gewaardeerd.

Ieder werk had zijn eigen ritme en zo ontstonden verschillende soorten shanty's, die op vele manieren zijn in te delen. Hier is een grove tweedeling gemaakt: hauling en heaving shanty's.

Hauling shanty's

Hauling shanty's, letterlijk vertaald trek- en hijsliedjes werden gezongen bij "onderbroken" werk. Dat wil zeggen werk waarbij de handen steeds weer verplaatst moesten worden. Afhankelijk voor het werk waarvoor zij werden gebruikt zijn de hauling shanty's te verdelen in long haul, short drag en stamp 'n' go shanties.

Halyard

Halyards werden meestal gezongen tijdens werk waarbij snel, kort aan het touwwerk moest worden getrokken voor een relatief korte tijd, de long haul shanty's, of bij het zwaardere werk waarbij meer tijd nodig was voor de opstelling voordat de mannen aan de touwen konden gaan trekken, de short drag shanty's. Dus met name bij het hijsen van de zeilen. Als de haal overhand was, dus als letterlijk twee of drie man trokken met een hand achter de ander, werden er speciale teksten geroepen en werden bepaalde lettergrepen benadrukt of geschreeuwd. Dat mag weliswaar niet bepaald intelligent lijken en was wellicht ook obsceen en onzinnig, maar het had wel een goed ritme voor het werk tot gevolg.

In een sneller ritme werden deze shanty's gebruikt voor de kleinere en lichtere zeilen, in een rustiger tempo voor de zwaardere zeilen.

De touwen waaraan getrokken moest worden om de zeilen te hijsen noemde men halyards. Het hijsen van de zwaardere zeilen was een langdurige taak met een kort stapsgewijs ritme. Het binnengehaalde deel van het touw werd door een blok (katrol) gehaald dat op het dek was vastgemaakt, waardoor het horizontaal op het dek kwam te liggen. De mannen stelden zich hierlangs achter elkaar op met hun gezicht naar de shantyman die er voor stond. De shantyman zong een regel, de mannen antwoorden met een tweede regel, waarna de shantyman een derde regel zong, die dan weer beantwoord werd door de mannen met een vierde regel. Hierna volgde dan een eveneens vierregelig refrein, dat door allen gezamenlijk werd gezongen.
Een voorbeeld van de Long haul shanty is Blow the man down. Er werd dan getrokken op Way hey Blow the man down. Bij de short drag shanty was tussen de bewegingen wat meer tijd nodig om weer kracht te verzamelen voor de volgende "pull". Een typische short drag shanty is Haul away Joe. Het trekken aan de lijn viel dan op het laatste woord van de regel, zoals in Way, haul away, haul away Joe.

Stamp 'n' go shanty's

Als een grote lengte lijn binnengehaald moest worden, stelden de mannen zich op aan het touw met de rug naar de shantyman. Ze liepen dan weg met de lijn, waarbij ze met hun voeten stampten om het ritme vast te houden. De voorste man rende dan terug naar het begin van de lijn en zo rouleerde de groep tot de hele lijn was binnengehaald. Deze manier van halen werd doorgaans slechts toegepast op schepen met grote bemanningen.
Een aardig voorbeeld van een stamp 'n' go shanty is het alom bekende lied van de dronken zeeman. Het lied werd gezongen bij het binnnenhalen van een lange zware tros, waarbij de stap (Go) werd aangegeven door voetgestamp (Stamp) op het dek.

Heaving shanty's

Heaving shanty's, letterlijk vertaald heffen, tillen, werden met name gezongen bij regelmatig, continu werk zoals het rondduwen van de kaapstander of bij het wegpompen van het bilgewater. Deze shanties waren gelijkmatiger van vorm omdat er niet op vaste momenten getrokken behoefde te worden.

Capstan shanty's

Kaapstander ofwel gangspil shanty's werden gebruikt voor repeterend werk waarbij een vast ritme het werk moest veraangenamen. Ze werden hoofdzakelijk gebruikt voor het ophalen van het anker. Dit werd gedaan door de ankerlijn een paar slagen om de kaapstander te leggen en vervolgens de kaapstander door een aantal mannen te laten ronddraaien. Dit gebeurde door tegen de spaken te duwen. Deze spaken waren dwarshouten die door de kop van de kaapstander waren gestoken. Dit duurde vaak lang en was zwaar werk.
Een goed voorbeeld van een capstan shanty is Rolling Home. Dit lied werd traditiegetrouw gezongen bij het ophalen van het anker bij vertrek uit Australië als de thuisreis werd aanvaard.

Pumping shanty's

Elk houten schip lekt enigszins, dus op gezetten tijden moest het binnengelekte water, het bilgewater, weggepompt worden. Dat werk ging meer met horten en stoten omdat de mannen de hevels op en neer moesten bewegen in een korter ritme. Strike the Bell is een goed voorbeeld van zo'n pompliedje.
Later werd de Downton Pomp geïntroduceerd, die werkte met behulp van touwen met bellen die aan de stangen van de grote wielen verbonden waren die de assen van het pompmechanisme bedienden. Deze wielen draaien tamelijk snel en met een vloeiend ritme, wat het zingen van allerhande liedjes mogelijk maakte. A-roving is een goed voorbeeld hiervan.

Ballastshanty's

Ook het laden, lossen en ballasten van het schip ging gepaard met zang. Dit komt waarschijnlijk van de katoenplukkers in Louisiana in Amerika. De slaven zongen daar tijdens hun werk. Deze gewoonte is later overgenomen door de stuwadoors en werklui die het schip laadden of losten. Roll the cotton down is een voorbeeld van zo'n lied. Een mooi Nederlands voorbeeld is Westzuidwest van Ameland.

Sea songs

Forebitter

Eigenlijk zijn dit geen shanties. De Seasong (het zeemanslied), meestal Forebitter genoemd, is het lied dat de zeelieden ter ontspanning in hun vrije tijd zongen. De Forebitter dankt zijn naam aan de z.g. fore-bitts: een stel bolders op het dek, gebruikt voor het vastmaken van de tros, waar om heen zich de mannen schaarden bij het zingen en spelen. De Forebitter was, meer dan de Shanty, een verhalend, vaak wat melancholiek lied, waarin het ging over afscheid van thuis, het ruige zeemansleven, het passagieren in vreemde havens en de heimwee naar de geliefden in het vaderland. Een fraai voorbeeld van zo'n forebitter is Maggie May

In tegenstelling tot de Shanties, die zonder begeleiding werden gezongen, werd de forebitter vaak begeleid door een trekharmonica, viool, banjo of wat maar voorhanden was. Shanties en Forebitters zijn soms moeilijk te verstaan, omdat ze vaak in plat Engels (slang) werden gezongen, of in het "pidgin-English" (steenkolen-engels), een mengelmoesje van Engels en de locale taal van het gebied waarmee handel werd gedreven.
Een voorbeeld van zo'n lied in steenkoolengels is Mein father was ein Dutchman.

Fisherman's songs

Een andere vorm van seasongs werd gebruikt door de vele vissers en hun achterblijvers aan land uit die tijd. De mannen gingen vaak voor een langere periode de zee op. Hun liedjes hadden afscheid, heimwee en andere emoties als onderwerp. Een lied waar dit mooi in terugkomt is de Mingulay Boat Song.

Drinkliederen

Ontspanning ging bij de zeelieden meestal gepaard met het gebruik van drank, grog in het bijzonder. De voors en tegens en de fantasieën die bij het innemen horen worden vaak uitvoerig bezongen. All for me grog is een voorbeeld bij uitstek.

Zeemansliedjes

Tenslotte zijn er nog de zeemansliedjes. Dit zijn liedjes, geschreven voor en door "landrotten" als Anton Beuving, Dico van der Meer, Pierre Kartner, Johnny Hoes, Eddy Christiani en anderen. Liederen zoals Ketelbinkie, Als de klok van Arnemuiden, Hoor je het ruisen der golven, Op de woelige baren, Op een zeemansgraf staan nooit geen rode rozen e.d.
 

 

logoterughomelogo