Secretariaat: Jol 30-27 8243 HA LELYSTAD, telefoon: 0320-221397, IBAN: NL55INGB0006154844, KvK Lelystad nr: 39075552

Trivia

Inhoud:
Wat is een Dukdalf
of de toepasselijke naam van ons repetitielokaal.
Glazen slaan en wachtlopen.
Tijdmeting aan boord van de oude zeilschepen.
De schaal van Beaufort.
Benamingen van de windkrachten en bijbehorende zeilvoering.
Het geheim van Pampus.
Waar de term "voor Pampus liggen" vandaan komt.
Spreuken.
De herkomst van maritieme spreuken, die ook aan land zijn ingeburgerd.
Termen.
Scheepstermen, hun betekenis op zee en aan land.

 

 

 

 


Dukdalf

Hallo kapers,
Ik kan niet nalaten jullie op de hoogte te brengen van het volgende.
Repeteren in De Dukdalf heeft namelijk een directe relatie met "Kapers".

De dukdalf is een houten stellage in het water waaraan boten kunnen worden afgemeerd of waarmee de vaart uit het schip gehaald kan worden.
De tros wordt daarvoor om de kop van de paal gegooid en daarna aangetrokken.
Tot zover niets nieuws.
Dukdalf is een verbastering van Duc d' Alva: de hertog van Alva.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog trokken de Watergeuzen (kapers) bij die handeling met graagte een vergelijking met het gooien van de strop om het hoofd van de hertog van Alva.
Zo ontstond de benaming "Dukdalf"

Het kaperskoor repeteert dus in een wel heel bijzonder gebouw.

Vriendelijke groet,
Bernard.

 

logoterughomelogo

Scheepstijd

De oude scheepstijdaanduiding werd afgeleid van de tijd die het zand nodig heeft om bij een scheepszandloper - wacht- of (half)uurglas - van de ene in de andere glashelft te lopen. Die tijd was 1/48e dag (30 minuten). Het bijhouden daarvan ging vaak fout waarop besloten werd per draai van de zandloper een slag op de bel te geven. Bij elke nieuwe wacht begon men opnieuw te tellen. Een wacht duurde - en duurt gewoonlijk nog steeds - 4 uur, dus acht glazen. De werkelijke tijd binnen een wacht kan per half of heel uur afgeleid worden uit een bepaalde combinatie van enkele en dubbele slagen. Tussen elke twee slagen wordt een rust gegeven met de lengte van n slag.

Een voorbeeld:
     12:00 uur   4 dubbele slagen              -- -- -- --   (8 glazen)
     12:30 uur   1 enkele slag                 -             (1 glas)
     13:00 uur   1 dubbele slag                --            (2 glazen)
     13:30 uur   1 dubbele en 1 enkele slag    -- -          (3 glazen)
     14:00 uur   2 dubbele slagen              -- --         (4 glazen)
     14:30 uur   2 dubbele en 1 enkele slag    -- -- -       (5 glazen)
     15:00 uur   3 dubbele slagen              -- -- --      (6 glazen)
     15:30 uur   3 dubbele en 1 enkele slag    -- -- -- -    (7 glazen)
     16:00 uur   4 dubbele slagen              -- -- -- --   (8 glazen)

Om de wacht te bekorten keerden de zeelui soms de glazen te vroeg om, het zogenaamde ‘zandeten’. Op den duur ontstonden hierdoor grote tijdsverschillen. Wanneer het uurglas voor of achter was vanwege westwaarts of oostwaarts varen (met de tijd mee of tegen de tijd in), of als een scheepsjongen het glas niet op tijd had gekeerd kon het op een zonnige dag gecorrigeerd worden. Daartoe zette men rond de middag een pen in het centrum van de kompasroos. Wanneer de schaduw van de pen precies op de noordelijke streek viel (12 uur), werd het glas opnieuw gekeerd. Om dan met een "schoon glas" te kunnen beginnen, werd het uurglas, nadat in de voormiddagwacht 7 glazen was geslagen, niet meer gekeerd, zodat men om 12 uur met een leeg glas opnieuw kon beginnen met de tijdmeting.

Om de wachten aan te duiden gebruikt de Koninklijke Marine nu nog steeds de benamingen die ook al in de 17e eeuw werden gebezigd.

     20:00 - 24:00 uur   eerste wacht
     00:00 - 04:00 uur   hondewacht
     04:00 - 08:00 uur   dagwacht
     08:00 - 12:00 uur   voormiddagwacht
     12:00 - 16:00 uur   achtermiddagwacht
     16:00 - 20:00 uur   platvoetwacht

Er werd wacht gelopen volgens het patroon 4 uur op en 4 uur af. De ene groep liep dus altijd de eerste wacht, de dagwacht en de achtermiddagwacht, terwijl de tweede groep altijd de hondewacht, de voormiddagwacht en de platvoetwacht liep. Om dit patroon te doorbreken en de bemanning niet steeds dezelfde wachten te laten lopen werd de platvoetwacht vaak in tween gedeeld (eerste platvoetwacht van 16:00 tot 18:00 uur en de tweede platvoetwacht van 18:00 tot 20:00 uur). Hierdoor ontstond een patroon waarbij men in twee etmalen alle wachten had gelopen. Een bijkomend voordeel (of misschien wel de belangrijkste reden) was dat net zoals het ontbijt en de lunch ook de avondmaaltijd rondom n tijdstip, nl. 18:00 uur gebruikt kon worden en niet hoefde te worden gesplitst in een groep om 18:00 uur en een groep voor 16:00 of na 20:00 uur.

 

logoterughomelogo

De schaal van Beaufort

Schaal-
nummer
Windsnelheid
  in knopen *
Benaming
van de wind
Zeilvoering en vaart
 
0< 1StilGeen vertier
11 -   3Flauw en stilVol zeil, juist voldoende om stuur te houden
24 -   6Flauwe koelteVol zeil, ruimschoots zeilend, 1 - 2 knopen
37 - 10Lichte koelteVol zeil, ruimschoots zeilend, 3 - 4 knopen
411 - 16Matige koelteVol zeil, ruimschoots zeilend, 4 - 5 knopen
517 - 21Frisse briesBovenbramzeilen, enz.
622 - 27Stijve briesBramzeilen en een rif in de marszeilen
728 - 33Harde windDubbelgereefde marszeilen, kluiver, enz.
834 - 40StormachtigMarszeilen met 3 reven, enz.
942 - 47StormDichtgereefde marszeilen en onderzeilen
1048 - 55Zware stormNog juist het dichtgereefde grootmarszeil
1156 - 63Zeer zware stormAlleen stormstagzeilen
12> 64OrkaanDe zeilen waaien uit de lijken.
 
* 1 knoop = 1 zeemijl per uur = 1852 meter.

Op het water wordt de afstand aangegeven in zeemijlen en de snelheid in knopen.

 

logoterughomelogo

Het geheim van Pampus

Waar de uitdrukking 'voor Pampus liggen' (dronken zijn) echt vandaan komt.

Pampus is de naam van een ondiepe geul en een eilandje bij Amsterdam. Zwaar beladen schepen lagen vroeger voor Pampus te wachten tot het vloed was en ze de haven konden binnenvaren. De oorsprong van de uitdrukking is echter pikanter.

Vroeger maakten uit Azi terugkerende matrozen van de V.O.C. hun geld razendsnel op aan drank en vrouwen in Amsterdam. Ze gingen berooid naar huis. Dit gaf een slechte naam aan het werken bij de V.O.C. Wanneer er weer een ronselaar van de V.O.C. in de dorpen kwam, zeiden de moeders tegen hun zoons: "niet doen, dat brengt niets op."

Die ontmoediging was slecht voor de handel, want als er geen matrozen waren, konden de schepen niet bemand worden, wat verlies van laadruimte en winst betekende.

De Heren van de V.O.C. bedachten een truc. Als de terugkerende schepen voor de rede van Pampus lagen kregen de jongens water, eten en zeep. Vervolgens kwamen er op kosten van de zaak dames van een bordeel aan boord, samen met een forse hoeveelheid drank. Na drie dagen waren de schepelingen totaal uitgeraasd en uitgeput. Daarna ging het schip pas naar de Amsterdamse haven. De matrozen kregen hun gage en gingen naar huis. Ditmaal mèt geld en met stoere verhalen. Dankzij het voor Pampus liggen werd het dus eenvoudiger om matrozen te werven, omdat ze geheel voldaan thuiskwamen.

logoterughomelogo

 


Spreuken en Gezegdes

Al ziet men kerk en toren staan
dan is de reis nog niet gedaan.

Als het in de kajuit regent,
dan druipt het in de hut.

Krimpende winden en uitgaande vrouwen
zijn niet te vertrouwen
Maar: Een wind, die ruimt en een zeeman
die pruimt, daar kun je huizen op bouwen.

Een vrouwenhaar trekt meer dan een marszeil.

Vroeger werden op de zeilschepen de zeilen natgemaakt, als er veel gelaveerd moest worden; uit die tijd stamt de volgende spreuk:
Met een nat zeil thuiskomen.

In de 17e eeuw liepen er vaak schepen op de klippen en vergingen met man en muis, uit deze tijd stamt waarschijnlijk deze spreuk:
De zeeman 's allerbest kompas
Is een gevuld jeneverglas.

Koop een boot en werk je dood.

Een man met een boot
is een slechte echtgenoot.

Een vrouw en een kip
zijn de pest voor een schip.

Komt wind voor regen,
daar is niets aan gelegen,
doch komt regen voor wind,
berg dan je zeilen gezwind.

Oude schepen en jonge vrouwen,
Zijn duur om te onderhouden!
(Ingekerfd op het "leugenbankje" in de jachthaven van Goes, Zeeland, rond 1980)

logoterughomelogo

Ik heb ooit eens bij een rederij gevaren, waar proviand aan boord kwam met stempels erop:


Zeemanstermen die ook 'aan de wal' worden gebruikt

Dat Nederland ooit een zeevarende natie was, moge blijken uit het feit dat veel zeemansuitrukkingen ook tegenwoordig nog vaak in onze dagelijkse gesprekken voorkomen.

Iemand aanklampen
Aan boord :   Een schip wordt in een zeeslag aangekampt (vastgegrepen) om het te kunnen enteren.
Aan de wal:   Iemand aanspreken
Iets achterover drukken
Aan boord :   Een deel van de lading achterhouden voor eigen gebruik of eigen verkoop.
Aan de wal:   Iets stelen
Aftuigen
Aan boord :   Alle vallen en stagen verwijderen (meestal onderdeel van de sloop)
Aan de wal:   Iemand een flink pak slaag geven (slopen)
Je niet laten afschepen
Aan boord :   Je niet laten wegsturen als je komt aanmonsteren
Aan de wal:   Je niet onverrichter zake laten wegsturen
Ergens voor anker gaan
Aan boord :   Ergens het anker uitwerpen en stil aan de ankerlijn blijven liggen
Aan de wal:   Zich ergens definitief vestigen.
Het anker lichten
Aan boord :   Het anker binnenboord halen en weer gaan varen
Aan de wal:   Vertrekken
Averij hebben
Aan boord :   Het schip heeft schade opgelopen (Averij = schade aan een schip)
Aan de wal:   Schade lijden.
Iemand van bakboord naar stuurboord sturen
Aan boord :   Aan boord waren twee verschillende ploegen, de bakboordwacht en de stuurboordwacht
Een impopulaire matroos die je liever niet in je ploeg had, stuurde je naar de andere wacht.
Aan de wal:   Iemand van het kastje naar de muur sturen.
Een favoriete bezigheid van grote bedrijven en overheden.
De bakens zijn verzet
Aan boord :   Als de vaargeul verandert door stroming of door uitgraven
moeten de bakens daarop worden aangepast.
Aan de wal:   De omstandigheden zijn veranderd.
Bakzeil halen
Aan boord :   Het zeil brassen zodat de wind er van voren in kan komen zodat het schip vaart mindert.
Uit het engels: to back sail.
Aan de wal:   Terugkrabbelen, zijn woorden intrekken.
Zonder beschuit scheep gaan
Aan boord :   Wegvaren zonder voldoende proviand
Aan de wal:   Ergens aan beginnen zonder goede voorbereiding
Men kan vaak niet bezeilen wat men bestevent
Aan boord :   De haven is niet altijd rechtstreeks te bereiken.
een zeilschip kan niet recht tegen de wind in varen
Aan de wal:   Men kan niet altijd bereiken wat men zich voorneemt.
Hij zal wel bijdraaien
Aan boord :   Een schip dat bijdraait gaat in de wind liggen om een ander schip langszij te laten komen.
Aan de wal:   Hij zal zijn tegenstand wel opgeven.
Een kop als een boei hebben
Aan boord :   Een rood hoofd hebben (De bakboord boeien van een vaarweg zijn rood geverfd)
Aan de wal:   Een rood hoofd hebben (van woede of schaamte)
Het over een andere boeg gooien/Overstag gaan
Aan boord :   wenden, "door de wind gaan" (bij het laveren) (Zigzag tegen de wind in varen)
Aan de wal:   We gaan het nu helemaal anders doen.
Het boegbeeld van ...
Aan boord :   Een beeld voorop het schip, waaraan het op een afstand was te herkennen.
(Meestal een vrouwenfiguur. Bij de VOC schepen en vroeger de Nederlandse marineschepen een leeuw)
Aan de wal:   Degene die de firma het best vertegenwoordigt. (vaak wordt ook de receptioniste bedoeld)
Dat is mij tegen de boeg
Aan boord :   Er is iets voor het schip terechtgekomen dat de vaart ernstig belemmert.
Aan de wal:   Dat stuit mij tegen de borst.
Een schot voor de boeg geven
Aan boord :   Een (kanon)schot afvuren vlak voor het vijandelijke schip langs
als waarschuwing dat men gaat aanvallen.
Aan de wal:   Alvast even aangeven welke kant we op moeten. (Een voorzetje geven)
Het over dezelfde boeg gaande houden
Aan boord :   In dezelfde richting doorvaren zonder overstag te gaan (zie aldaar)
Aan de wal:   Op dezelfde manier doorgaan.
Je hebt nog een hoop voor de boeg
Aan boord :   Er moeten nog vele mijlen gemaakt worden voordat we de haven bereiken.
Aan de wal:   Er is nog veel te doen.
Dat was kantje boord
Aan boord :   We hebben nog maar nèt een aanvaring kunnen voorkomen.
Aan de wal:   Dat is nog maar nèt goed gegaan.
Aan boord komen
Aan boord :   Inschepen.
Aan de wal:   Lastig vallen.
De boot is aan
Aan boord :   Het schip is aangemeerd/ligt in de haven.
Aan de wal:   Nou is het goed mis! Nu heb je de poppen aan het dansen.
De boot missen
Aan boord :   Te laat zijn om aan boord te gaan Het schip is reeds vertrokken.
Aan de wal:   Niet meer mee kunnen doen / te laat zijn. Een kans missen.
De boot afhouden
Aan boord :   Met de bootshaak een aanvaring met een ander schip of de wal voorkomen.
Aan de wal:   (Nog) niet mee willen doen, eerst nog even afwachten
Iemand in de boot nemen
Aan boord :   Iemand mee aan boord nemen.
Aan de wal:   Iemand voor de gek houden
Uit de boot vallen
Aan boord :   Overboord gaan
Aan de wal:   Niet mee mogen doen, uitgeloot worden.
De breeveertien opgaan
Aan boord :   Oorspronkelijk: uitvaren.    Later: Met de noorderzon vertrekken
De Breeveertien is een gebied in de zuidelijke Noordzee dat vrij gelijkmatig veertien vadem (26 meter) diep is.
Aan de wal:   moreel te gronde gaan, een zedenloos leven leiden,
wat dan vooral werd gezegd van meisjes die aan lagerwal raakten. (zie aldaar)
Wie met de duivel is gescheept, moet met hem over
Wie aan een rotklus is begonnen moet het ook afmaken.
Hij voelt grond
Aan boord :   Vroeger peilde men het water bij laagwater om te zien of men nog veilig verder kon.
Aan de wal:   Hij ziet zijn einddoel dichterbij komen. / Hij ziet een basis voor wat hij aan het doen is.
Iets grootscheeps aanpakken
Aan boord :   Werk verrichten zoals dat op een groot schip gedaan zou worden
Aan de wal:   Een karwei voortvarend en met alle middelen aanpakken.
Alle hens aan dek
Aan boord :   Iedereen aan dek, er moet een groot karwei worden aangepakt. (hens = hands (Engels))
Aan de wal:   Iedereen moet meehelpen.
De hondewacht hebben
Aan boord :   De hondewacht is de wacht aan dek van 24:00 tot 04:00 uur.
Aan de wal:   Vervelend werk moeten doen.
Op hoop van zegen
Aan boord :   Hopen op een behouden vaart. (God zegene deze reis)
Aan de wal:   Vooruit dan maar. Hopelijk loopt het goed af. (God zegene de greep)
Als het in de kajuit regent, druipt het in de hut
Aan boord :   Als het in de kajuit nat is, lig je in je hut ook niet droog.
Aan de wal:   Als het echt mis gaat, gaan wij dat ook merken. (€urocrisis)
Dat raakt kant nog wal
Aan boord :   Op deze manier kun je nooit afmeren
Aan de wal:   Dat is geen zinnig argument. Dat slaat als een tang op een varken. (oid.)
Niet over zijn kant laten gaan
Aan boord :   Zorgen dat het gangboord niet onder water komt.
Aan de wal:   Niet alles maar goedvinden, iets niet accepteren.
Kapers op de kust
Aan boord :   Kapers hadden het op de lading van passerende schepen voorzien
(Duinkerken aan de Noordfranse kust was een bekend kapersnest)
Aan de wal:   Er zijn concurrenten met dezelfde plannen.
Geen twee kapiteins op n schip
Aan boord :   Er is er maar één de baas: de Kapitein.
Aan de wal:   idem, (Als er twee mensen de leiding denken te hebben, komt er niets van terecht)
Naar de kelder gaan/kelderen
Aan boord :   Het schip zinkt
Aan de wal:   Failliet gaan
In iemands kielzog varen
Aan boord :   Recht achter een ander schip aanvaren.
Aan de wal:   Iemand op de voet volgen, iets net zo doen als iemand anders.
Iemand kielhalen
Aan boord :   Een straf, waarbij de gestrafte aan een touw onder het schip doorgetrokken wordt.
Aan de wal:   Iemand een lesje leren, de oren wassen, afstraffen.
Kink in de kabel
Aan boord :   Kink is een draai in een lijn zodat je het lastig kunt opwinden.
Aan de wal:   Er is iets tussen gekomen, een onvoorziene omstandigheid.
Op de klippen lopen
Aan boord :   Het schip vergaat doordat het op een rotsige kust vast komt te zitten
Aan de wal:   Mislukken.
Met de kloten voor het blok zitten
Aan boord :   Kloten zijn houten balletjes op de rakken waar het grootzeil mee aan met mast verbonden is.
Met het blok wordt de katrol bedoeld. Wie met de kloten voor het blok zit
kan dus niet meer het zeil strakker zetten.
Aan de wal:   Niet verder kunnen, geen kant meer op kunnen.
Ergens op aankoersen
Aan boord :   De koers bepalen om een bepaald doel (haven) te bereiken.
Aan de wal:   Een bepaald doel voor ogen hebben en daar naar toe werken.
Koers houden
Aan boord :   Dezelfde richting blijven varen
Aan de wal:   Zonder omwegen naar het gestelde doel toe werken en je niet laten afleiden.
Op n kompas varen
Aan boord :   Kompassen kunnen onderling kleine afwijkingen vertonen, houd je daarom aan één kompas.
Aan de wal:   Houd je doel voor ogen en laat je niet afleiden.
Te kooi gaan
Aan boord :   Naar bed gaan.
Aan de wal:   Naar bed gaan.
De kust is veilig
Aan boord :   Je kunt de haven binnengaan, er is geen gevaar (geen kapers!)
Aan de wal:   Je kunt gerust je gang gaan, niets zal je tegenhouden.
Iemand de volle laag geven
Aan boord :   Vuren met al het geschut.
Aan de wal:   Iemand eens flink de waarheid vertellen.
Aan lager wal geraken
Aan boord :   Naar de oever drijven waar de wind naar toe waait.
Het is moeilijk om daar weer weg te komen.
Aan de wal:   In geldnood komen, verpauperen.
Met hem is geen land te bezeilen
Aan boord :   Als het reisdoel recht tegen de wind in ligt, is het niet bezeild
Er moet dan gelaveerd worden om het doel te bereiken.
Aan de wal:   Er is niets met hem te beginnen.
En lijn trekken
Aan boord :   Om het zeil te kunnen hijsen moeten de matrozen allen aan dezelfde lijn trekken.
Aan de wal:   We maken geen uitzonderingen (Gelijke monniken, gelijke kappen)
Iemand de loef afsteken
Aan boord :   Iemand bovenwinds voorbij varen, zodat het andere schip geen wind vangt.
Aan de wal:   Iemand overtroeven.
Dat luistert erg nauw
Aan boord :   Men moet goed naar het roer luisteren om te kunnen horen of het schip wel goed vaart.
Aan de wal:   Dat moet precies gebeuren.
Met man en muis vergaan
Aan boord :   Het schip is vergaan en niemand heeft het overleefd
Aan de wal:   Het project is totaal mislukt, er is niets meer van over.
Een oogje in het zeil houden
Aan boord :   Op het zeil letten, opletten of alle zeilen nog goed staan.
Aan de wal:   Bewaken, alles in de gaten houden, kijken of er niets fout gaat.
Dat is olie op de golven
Aan boord :   Als men tijdens een zware storm een sloep moest strijken, gooide men letterlijk
vaten olie leeg op de golven waardoor het water een glad en enigszins een elastisch
oppervlak kreeg, zodat de wind er geen vat op kreeg.
Aan de wal:   Dat bedaart de opgewonden gemoederen.
Overstag gaan
Aan boord :   Door de wind gaan tijdens het laveren.
Aan de wal:   Toegeven.
Er is nog geen man overboord
Aan boord :   Iedereen is nog aanwezig
Aan de wal:   Er is nog niets ernstigs gebeurd.
Iets overboord werpen
Aan boord :   Iets in zee gooien
Aan de wal:   Een idee verwerpen, overbodige spullen dumpen.
Overstuur zijn
Aan boord :   Achteruit varen (over het stuur (roer) varen, het schip is dan onbestuurbaar)
Aan de wal:   Erg nerveus en in de war zijn als gevolg van een nare gebeurtenis
Voor Pampus liggen
Aan boord :   Wachten op de vloed voor de ondiepte van Pampus
voordat de haven van Amsterdam kan worden bereikt.
Aan de wal:   Stomdronken zijn, uitgevloerd liggen.
Er is geen peil op te trekken
Aan boord :   Een peil is een vast punt op de wal dat schippers gebruiken om de koers te bepalen.
Aan de wal:   Dat is niet te voorspellen.
In de peiling hebben
Aan boord :   Het punt in de gaten hebben waar men naar toe wil.
Aan de wal:   In de gaten hebben dat iemand iets van plan is.
Poolshoogte gaan nemen
Aan boord :   Slaat op de poolster die gebruikt wordt om een koers/positie te bepalen
Aan de wal:   Gaan kijken hoe de zaken er voor staan.
De ratten verlaten het zinkende schip
Aan boord :   Volgens een oud bijgeloof wisten de ratten precies wanneer een schip zou gaan zinken.
Aan de wal:   Als het misgaat zoekt iedereen een veilig heenkomen, redt iedereen zijn eigen hachie.
Het reilen en zeilen
Aan boord :   Het reilen komt van rijden. Het op en neergaan van een schip op de golven.
Het reilen en zeilen betekent dus letterlijk hoe het schip zich gedraagt.
Aan de wal:   Alles zoals het is.
Roeien met de riemen die je hebt
Aan boord :   letterlijk roeien met de riemen die aan boord voorhanden zijn.
Aan de wal:   Je klus klaren met alleen de hulpmiddelen die je hebt.
Je roer recht houden
Aan boord :   Rechtuit varen
Aan de wal:   Recht op je doel afgaan. Of: Pas op, val niet!
Het roer omgooien
Aan boord :   In een andere richting gaan varen.
Aan de wal:   Iets op een andere manier proberen. Nieuwe regels invoeren.
Het roer in handen hebben
Aan boord :   Letterlijk: het schip sturen.
Aan de wal:   Overtuigend de leiding hebben.
Ruimschoots
Aan boord :   met ruime wind, met de wind dwars of schuin van achteren inkomend zeilend.
Aan de wal:   overvloedig, rijkelijk, volop.
Scheef geladen zijn
Aan boord :   De lading is verkeerd gestouwd, zodat het schip niet in balans is.
Aan de wal:   Dronken zijn.
Driemaal is scheepsrecht
Aan boord :   De bemanning heeft recht op drie maaltijden per dag.
Aan de wal:   Als iets twee keer niet gelukt is, lukt het de derde keer vast wel.
Het wordt ook wel gebruikt om te rechtvaardigen dat je iets voor de derde keer doet,
of als je iemand voor de derde keer tegenkomt.
Er loopt een scheepje van de helling
Aan boord :   Er wordt een schip te water gelaten.
Aan de wal:   Er wordt een kind geboren.
Met iemand opgescheept zitten
Aan boord :   Met iemand aan boord zijn.
Aan de wal:   Iemand, die je liever niet in je omgeving hebt, moeten dulden.
Die scheep is moet varen
Aan boord :   Wie aan boord is moet meevaren
Aan de wal:   Als je eenmaal toegezegd hebt, moet je ook meedoen.
Schoon schip maken.
Aan boord :   letterlijk: het schip schoonmaken. Bij de marine "voor en achter" genoemd.
Aan de wal:   Rommel uit het verleden opruimen om opnieuw te kunnen beginnen. Ook: biechten.
Een schip op strand, is een baken in de zee
Aan boord :   Wanneer een schip ergens gestrand is, dan weet een andere schipper, dat die plaats
moet worden vermeden als gevaarlijk.
Aan de wal:   Men leert zich in acht nemen door het ongeluk van anderen te zien, men spiegelt zich
zacht aan een ander.
Schipbreuk lijden in het zicht van de haven.
Aan boord :   Vlak voor het binnenvaren toch nog verongelukken.
Aan de wal:   Het onderhanden zijnde project op het laatste moment toch nog zien mis gaan.
Het schip is met man en muis vergaan
Aan boord :   Het schip is gezonken met alles en iedereen aan boord.
Aan de wal:   Er was niets meer te redden, alles is verloren.
De schepen achter zich verbranden
Aan boord :   De geplunderde schepen in brand steken, zodat ze niet meer te gebruiken zijn.
Aan de wal:   Alles achter zich laten, de mogelijkheid om terug te keren uitsluiten.
Zo arm als een scheepsrat
Aan boord :   Een scheepsrat bezit niets, zelfs geen nest, dat wordt bij elke schoonmaak verwijderd.
Aan de wal:   Geen bezittingen hebben.
Oude schepen blijven aan wal
Aan boord :   Met oude (houten) schepen wordt niet meer gevaren. Die wachten op de sloper.
Aan de wal:   Als jonge meisjes niet op tijd getrouwd zijn, dan blijven ze altijd vrijgezel.
In hetzelfde schuitje zitten
Aan boord :   Je kunt geen andere kant op, je moet wel meevaren of je wilt of niet.
Aan de wal:   Wel mee moeten doen, geen andere keus hebben.
We zien wel waar het schip strandt
Aan boord :   Het kan bijna niet anders of het schip loopt dadelijk op een zandbank of het strand.
Aan de wal:   We zien wel waar het mis gaat. We kunnen er niets meer aan doen.
Ergens tussen schipperen
Aan boord :   De vaart regelen naar weer en wind, naar stroom en tij en naar het vaarwater.
Aan de wal:   Handelen naar de omstandigheden door wat toe te geven.
Betalen als het schip met geld komt
Aan boord :   De reeder zal pas betalen als de buit binnen is (bv. de Zilvervloot.)
Aan de wal:   Hij zal betalen als het schip met geld komt: Hij zal wel nooit betalen.
Een schip met zure appelen
Aan boord :   (herkomst onbekend)
Aan de wal:   Onweer of een zware regenbui. Of: iemand begint erg te huilen.
Het schip in gaan
Aan boord :   Aan boord gaan.
Aan de wal:   Mislukken, failliet gaan.
Voor een schip zonder haven is geen enkele wind de juiste
Aan boord :   Hoe de wind ook waait, het schip zal nooit in zijn "thuishaven" aankomen.
Aan de wal:   Zonder doel is het zinloos ergens aan te beginnen.
Het kan beter van een schip dan van een schuit
Aan boord :   Op een schip valt meer te halen dan op een bootje.
Aan de wal:   Rijken kunnen het beter missen dan armen.
Iemand op sleeptouw nemen
Aan boord :   Een ander schip slepen.
Aan de wal:   Iemand door een opdracht of moeilijkheid heen helpen.
Het ruime sop kiezen
Aan boord :   Uitvaren
Aan de wal:   De wijde wereld in trekken.
Spijkers op laagwater zoeken
Aan boord :   De uitdrukking slaat op scheepstimmerwerven waar bij eb (laagwater) de spijkers, die in
het water gevallen waren, gezocht moest worden omdat die toentertijd zo kostbaar waren.
Dit was lastig en vervelend werk omdat de spijkers bijna niet te vinden waren.
Aan de wal:   Zonder reden toch bezwaren aanvoeren.
Ook: op details vitten, muggenziften, chicaneren, mierenneuken, haarkloven, kommaneuken.
Het loopt de spuigaten uit
Aan boord :   Het water dat bij ruig weer over het gangboord slaat, kan door de spuigaten weer weglopen.
Aan de wal:   Het wordt nu toch wel heel erg.
De beste stuurlui staan aan wal
Aan boord :   Dit word gezegd als iemand vanaf de wal de schipper toeroept hoe hij moet manoeuvreren.
Aan de wal:   Er zijn altijd mensen die denken dat ze het beter weten.
Hard van stapel lopen
Aan boord :   Als het schip (te) snel van de helling loopt
Aan de wal:   Snel ergens aan beginnen zonder goede voorbereiding.
Iets op stapel zetten
Aan boord :   Aan het bouwen van een schip op de scheepswerf (helling, stapel) beginnen.
Aan de wal:   Aan iets nieuws beginnen
De steven wenden
Aan boord :   In een andere richting gaan varen. (Zie: overstag gaan).
De steven is de voorkant of achterkant van het schip (voorsteven en achtersteven)
Aan de wal:   De oplossing in een andere richting zoeken.
Op iemand afstevenen
Aan boord :   Op een ander schip toevaren.
Aan de wal:   Naar iemand toe gaan.
Ergens gestrand zijn
Aan boord :   Vastgelopen zijn op een zandbank of strand.
Aan de wal:   Niet verder kunnen.
Van streek raken/zijn
Aan boord :   Een kompas heeft 32 streken. Als je dus van streek bent ben je uit koers.
Aan de wal:   In de war raken/zijn.
Als het tij verloopt, verzet men de bakens
Aan boord :   Als de vaargeul zich door verzanding verplaatst, moet de betonning
daarop worden aangepast.
Aan de wal:   Als de omstandigheden veranderen, moet ook de manier van aanpak worden gewijzigd.
Dat stuit geen vaart
Aan boord :   Dat weerhoudt de vaart van het schip niet.
Aan de wal:   Dat hindert niet.
In iemands vaarwater zitten
Aan boord :   Een ander schip in de weg varen.
Aan de wal:   Hinderen of concurreren.
Vaarwel
Aan boord :   De wens dat het schip een behouden vaart mag hebben.
Aan de wal:   Afscheidsgroet
Op de valreep
Aan boord :   Nog net aan een touwladder aan boord klimmen als de loopplank al weg is.
Aan de wal:   Op het laatste nippertje iets voor elkaar krijgen.
Als een vlag op een modderschuit
Aan boord :   Ongepast. Een duw- of trekbak voor moddertransport voert geen vlag.
Aan de wal:   Dit past echt niet bij elkaar.
De vlag dekt de lading
Aan boord :   koopvaardijschepen varende onder onzijdige vlag worden door de
oorlogvoerende partijen geerbiedigd.
Aan de wal:   Iets slechts wordt als iets goeds voorgesteld.
Met vlag en wimpel
Aan boord :   In een zeegevecht niet alleen de vlag behouden, maar ook de wimpel in de top van de mast.
Aan de wal:   Glorieus geslaagd
Dat is je voorland
Aan boord :   Een in zee stekende landpunt. Een voorland is dus een punt waarop een schip koerst.
Aan de wal:   Dat staat je te wachten
Een vrouwenhaar is sterker dan een scheepskabel
Aan boord :   Dit zegt men als een vrouw erin slaagt haar (zee)man aan de wal te houden.
Aan de wal:   Dit geeft de invloed aan die een vrouw op een man kan hebben.
Tussen de wal en het schip geraken
Aan boord :   Van de loopplank vallen, tussen de kade en het schip terechtkomen
Aan de wal:   In een benarde positie geraken, mislukken
Van wal steken
Aan boord :   Beginnen aan je (zee)reis.
Aan de wal:   Beginnen met een verhaal te vertellen.
Iemand van de wal in de sloot helpen
Aan boord :   Een scheepje helpen te water laten.
Aan de wal:   Iemand zodanig helpen dat het werk mislukt.
Langs wal zeilen
Aan boord :   Dicht bij de kust blijven varen.
Aan de wal:   Iets rustig aan doen, geen risico's nemen.
Van wanten weten
Aan boord :   Goed weten hoe de tuigage in elkaar zit.
Aan de wal:   Goed weten hoe je iets aan moet pakken.
Iemand de wind uit de zeilen nemen
Aan boord :   Bovenwinds van een ander schip gaan varen, zodat die geen wind meer vangt.
Zie ook: De loef afsteken.
Aan de wal:   Iemand te vlug af zijn.
Weten uit welke hoek de wind waait
Aan boord :   Weten uit welke richting de wind waait.
Aan de wal:   Weten waar een bepaald bericht vandaan komt.
Iets in de wind slaan
Aan boord :   Als je iets in de wind slaat, waait het weg en ben je het kwijt.
Aan de wal:   Een goede raad negeren.
De wind eronder hebben
Aan boord :   De zeilen goed gebrast hebben, zodat de windkracht optimaal wordt benut.
Aan de wal:   Gezag hebben.
De wind in de zeilen hebben
Aan boord :   Bij gunstige wind snel kunnen zeilen.
Aan de wal:   Geluk hebben. Voorspoedig recht op je doel afgaan.
Het gaat voor de wind
Aan boord :   Varen met de wind in de rug, dus lekker snel.
Aan de wal:   Het gaat lekker en zonder tegenslagen.
De wind waait uit een andere hoek
Aan boord :   De wind is gedraaid. (dus moeten we de zeilen brassen)
Aan de wal:   De situatie is geheel veranderd.
Recht door zee gaan
Aan boord :   Een rechte koers varen.
Aan de wal:   Eerlijk zijn.
Geen zee gaat hem te hoog
Aan boord :   Hij durft zelfs in de zwaarste storm te varen.
Aan de wal:   Hij is nergens bang voor.
De zeven zeen bevaren (hebben)
Aan boord :   Op alle wereldzeeën gevaren hebben.
Aan de wal:   Ervaren zijn, de wereld hebben gezien.
Het zeil strijken voor iemand
Aan boord :   Als je bij een zeeslag je zeilen strijkt, dan ben je stuurloos en geef je je dus over.
Aan de wal:   Voor iemand onderdoen.
Alle zeilen bijzetten
Aan boord :   Alle zeilen hijsen.
Aan de wal:   Je uiterste best doen.
Onder zeil gaan
Aan boord :   Vertrekken
Aan de wal:   Naar bed gaan. Gaan slapen.
Het zeil in top zetten/hijsen
Aan boord :   Allen zeilen bijzetten (zie aldaar) om een zo goed mogelijke prestatie te leveren
Aan de wal:   Een zo goed mogelijke vertoning weggeven.
Met zeil en treil
Aan boord :   Het zeil en de tuigage
Aan de wal:   Met alles wat erbij hoort.
Met een nat zeil thuiskomen
Aan boord :   Schepen die tegen de wind in moesten varen maakten hun zeilen nat
om beter te kunnen laveren.
Aan de wal:   Dronken zijn. Zwalkend over de weg gaan.
Net zo diagonaal over de straat lopen als een laverend schip.
Met opgestreken zeilen naar iemand toegaan
Aan boord :   Met opgestreken zeilen bedoelt men met volle zeilen.
Dit was om in een zeeslag op schotafstand te komen. Vol in de aanval.
Aan de wal:   Driftig (op hoge poten) op iemand afstappen om hem flink de waarheid te zeggen.

 

logoterughomelogo

Overeenkomsten tussen Vrouwen en Schepen

  • Ze kosten je handen vol geld.
  • Een kwassie verf doet wonderen.
  • Je moet heel veel geduld met ze hebben.
  • Ze gaan onverwacht net de verkeerde kant op.
  • Je moet met liefde met ze omgaan.
  • Ze zijn eigenzinnig.
  • Ze liggen vaak met de kont tegen de krib.
  • Zijn soms moeilijk in de omgang.
  • 's Zomers zie je er het meeste van.
  • Ze zijn soms onhandelbaar.
  • Je moet ze onder de duim houden.
  • Denk je dat je ze echt goed doorhebt…
  • Je kunt met ze pronken.
  • Op het eerste gezicht ben je hopeloos verliefd.
  • Je kunt heel veel plezier op ze hebben.
  • Een beetje bijsturen wil ook vaak helpen.
  • Er is af en toe geen land mee te bezeilen.
  • Je moet er ervaring mee hebben.
  • Ben je er te oud voor geworden, dan nok je er automatisch mee.


[ OPROEP ]
De bedoeling van deze pagina is om hier allerei annekdotes en weetjes over de zee in het algemeen en de kaapvaart in het bijzonder te verzamelen. Heeft u een interessant verhaal dat - of annekdote die - aansluit bij deze bedoeling, aarzel dan niet en mail uw bijdrage naar webmaster@kaperskoor-lelystad.nl

 

logoterughomelogo